4 mei 2024

Het Evangelie – dat oude boek met verhalen over Jezus van Nazareth – stamt uit een tijd en cultuur waarin het bestaan van demonen – als veroorzakers van ziekten en ander onheil – niet ter discussie stond. Demonen, duivels – ze draaiden overuren in die tijd. In onze westerse cultuur – met alle wetenschappelijke vooruitgang die we in de loop der eeuwen toch hebben geboekt – lijken ze echter te hebben afgedaan. Volledig te zijn verdampt. We glimlachen en schudden meewarig het hoofd om al dat duivelswerk en bijgeloof. Om mensen van toen en ginds die zo dachten. Nee, dan mogen we blij zijn dat wij – twintig eeuwen later – toch een heel stuk verder zijn.

Hoewel, het is maar hoe je het bekijkt. Elke tijd – ook de onze – kent haar eigen demonen. En hun slachtoffers. Mensen die met de nek worden aangekeken. Gedemoniseerd. Gemeden als de pest. Nagewezen als zondebok. Die de schuld krijgen van wat er mis gaat. Die velen liever zien gaan dan komen. En voor wie we vaak bang zijn. Want onbekend maakt nog steeds onbemind.

Is angst – zo vraag ik me af – angst voor wat anders is of lijkt dan wij, niet een van de grote demonen van onze tijd? Angst, onzekerheid, die zich – uitvergroot en aangewakkerd in bepaalde politieke kringen – vertaalt in agressie? In verbaal en steeds vaker fysiek geweld? In de behoefte verschil te maken tussen 'wij' en 'zij'? En hem of haar die afwijkt van het 'normale' patroon te verwijzen naar de rand van onze samenleving? Die daarmee ophoudt een samen-leving te zijn.

Laten we ons geen illusies maken: ook onze tijd kent legio demonen die – eenmaal ontketend – een rampzalige uitwerking kunnen hebben op ons menselijk samenleven. We kennen toch onze geschiedenis. We mogen hopen en bidden dat ze zich niet herhaalt. Maar herinneringen vervagen soms angstwekkend snel. En hardleersheid lijkt – samen met zelfoverschatting – een van die demonische trekjes te zijn die ons mensen eigen is.

Tegenover demonen staan in het evangelie engelen. Het woord engel – van het Griekse αγγελος – betekent boodschapper (van God). We herkennen het ook in het woord ευαγγελιον / ev-angelie, vertaald: goede, blijde boodschap. De boodschap van de overtuiging dat ieder mens een kind van God is. Kind van een en dezelfde Vader. Wat ons dus maakt tot broers en zussen van elkaar. We zijn familie. In de kiem, wezenlijk, verbonden met elkaar. Het Evangelie is een boodschap van verbinding. Een boodschap die oproept tot naastenliefde. Liefde tot de ander die – hoe anders hij of zij ook zijn moge – mens is als ik. Een even kostbare als kwetsbare boodschap. Maar wel is de boodschap die we hebben uit te dragen. Desnoods tegen de stroom en de on-geest van onze tijd in. De geest van 'eigen volk eerst'. Maar eenvoudig is dat niet. En je zult er ook niet altijd vrienden mee maken. Menigeen zal dat ervaren. Maar dat is nog geen reden om er dan maar het zwijgen toe te doen. Stom-heid, het niet kunnen spreken, werd in Jezus' tijd eveneens aan het werk van een demon toegeschreven. Laten we minstens proberen die duivel de mond te snoeren – door zelf onze stem te verheffen tegen elk geluid dat mensen apart zet, vernedert en kleineert. Want vergeet niet: Hitler kwam ooit op democratische wijze aan de macht. Niet zozeer omdat hij dertig procent van het electoraat achter zich kreeg, maar wel omdat de rest van de bevolking angstvallig wegkeek en... zweeg. Misschien iets om in het achterhoofd te houden in een tijd, in een samenleving als de onze waarin sterke mannen en vrouwen met simplistische oneliners en even simplistische oplossingen voor complexe problemen weer opvallend goed scoren. Opdat we straks niet moeten zeggen: 'Wir haben es nicht gewußt...'

Laten we zuinig zijn op onze vrijheid en democratie. Heel zuinig. Het is nog niet te laat.

Pastor Ruud Roefs