Overweging bij het afscheid van de H. Antonius van Paduakerk
Winssen, zondag 5 januari 2020

Zo'n half jaar geleden schreef ik een korte overweging naar aanleiding van een gebeurtenis die - zo neem ik aan - velen van ons nog scherp voor ogen staat: de Notre-Dame, een van de fraaiste symbolen van onze West-Europese cultuur, in lichterlaaie... Het was het begin van de Goede Week. Maandag 15 april 2019. De stad Parijs - nee, een hele natie, zo hoorde men zeggen, was in het hart getroffen. Voor velen was Goede Vrijdag op dat moment al een feit. De restauratie is inmiddels in volle gang, maar het uiteindelijke resultaat is nog heel onzeker. Nog steeds dreigt er instortingsgevaar.

Het is natuurlijk te hopen dat de kathedraal van Parijs kan worden herbouwd - maar niet alleen vanwege de skyline en het toerisme. Belangrijker dan het gebouw, belangrijker dan het monument - hoe waardevol het ook zijn moge - is, wat mij betreft, de vraag naar waar het gebouw voor stáát, welke de reden is dat het ooit door onze voorouders opgetrokken is. Belangrijker dan het behoud van een kerk(gebouw) - en dat geldt niet alleen voor de Notre-Dame - is de boodschap die moet worden doorgegeven. Uiteindelijk gaat het om het behoud van het Evangelie. En om niets anders.

Dit nu geldt evenzeer voor onze eigen parochie­gemeenschap, nu we - gedwongen door de omstandigheden - niet anders kunnen dan overgaan tot het afstoten en sluiten van kerken die tot voor enige decennia nog het kloppende hart vormden van een dorpsgemeenschap. Maar de tijd dat de dorps-gemeenschap samenviel met de geloofsgemeenschap lijkt definitief voorbij. Als mensen niet meer samenkomen om te vieren (behoudens incidentele gelegenheden), als mensen niet meer bijdragen, kortom: als de betrokkenheid verdwijnt, is bovengenoemde conclusie onvermijdelijk. En dat doet pijn. Heel veel pijn. Met name voor die kleine groep betrokken parochianen en vrijwilligers die er, tot op de dag van vandaag, nog wél voor gaat. En ook ik voel die pijn. Want ook ik voel mij, als pastor, verbonden met elk van onze vier kerken. Maar vooral met de méns die zijn of haar eigen 'heilige plaats' zal moeten missen.

Natuurlijk doet het parochiebestuur zijn uiterste best om na de sluiting te komen tot een passende, waardige herbestemming van deze kerk. Bij voorkeur een herbestemming die onze Winssense gemeenschap in haar geheel ten goede komt. Maar we willen niet alleen nadenken over sluiting en herbestemming van gebouwen. We willen ook - en als het even kan samen met u - nadenken over de vraag naar de toekomst van onze geloofs-geméénschap. Zien we nog toekomst, of sluiten we na deze viering definitief het boek?

Wat mij betreft: laten we dankbaar zijn voor het vele goede dat we mochten ontvangen, maar laten we - in godsnaam - niet blijven steken in het verleden. Mensen die niet kunnen loskomen van het verleden - u weet wel: die goeie ouwe tijd, toen je tenminste nog wist waar je aan toe was - verkrampen en verstarren. Ook de bijbel kent zulke figuren volop. De vrouw van Lot, een neef van Abraham, is er één van. Als zij samen met Lot en hun kinderen de zondige stad Sodom de rug toekeert, worden zij daarbij begeleid door engelen van God. Dezen drukken hen op het hart tijdens hun vlucht vooral niet achterom te kijken. De vrouw van Lot kan echter geen weerstand bieden aan haar nieuwsgierigheid en kijkt toch om. Hierop verandert zij in een zoutzuil (Genesis 19, 26). Een indringend beeld voor de mens die zijn verleden maar niet kan laten rusten, vastroest en uiteindelijk stilvalt. Een beeld dat in het Evangelie terugkeert waar Jezus tot een van zijn leerlingen zegt: 'Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.' (Lucas 9, 62) Staar je niet blind op wat was, maar kijk vooruit. Dáár moet je zijn. Een gedachte die zo prachtig wordt samengevat in de tussenzang die zojuist klonk - geënt op een tekst uit het boek van de profeet Jesaja, de man van het visioen bij uitstek:

Kiezen we voor toekomst en licht? Ook in deze voor onze geloofs-gemeenschap zo moeilijke tijd? Geloven we het écht - dat er, midden in de woestijn, water uit de rots kan stromen? Sluiten we ons af van anderen ( 'Je denkt toch zeker niet dat ik dáár naar de kerk ga...?!') of gunnen we onszelf en elkaar de tijd om opnieuw bij elkaar thuis te komen - en een níeuwe parochie­gemeenschap te vormen? Een parochie­gemeenschap die er overigens heel anders uit zal zien dan die we nu kennen... Trekken we (om opnieuw een bijbels beeld te gebruiken) samen de zee door - of gaan we, ieder voor onszelf, kopje onder? Ik heb het het laatste jaar zo vaak gezegd - en misschien wel tot vervelens toe: Het zal sámen zijn, of het zal níet zijn.

We staan (moge dat goed tot ons doordringen) op een cruciaal punt - op een kruis-punt in de geschiedenis van onze geloofs- en parochie­gemeenschap: Gaan we naar links of gaan we naar rechts? Blijven we steken in de woestijn - teleurgesteld, verdrietig of verbitterd - of gaan we, na een korte adempauze, toch weer op weg? Op hoop van zegen. Blijft het Goede Vrijdag, of wordt het toch weer Pasen?

Op weg naar een nieuwe, naar een andere geloofs- en parochie-gemeenschap. Een avontuur. Met alle onzekerheid van dien. De gedachte alleen al kan ons benauwen. Dat geldt voor u, dat geldt voor mij. En toch worden we opgeroepen om - en dan ga ik te rade bij de wijzen uit het Oosten - op weg te gaan, de lastige klip van Herodes te omzeilen en via een andere weg terug naar huis te gaan. Dat zijn voor mij betekenisvolle woorden: 'via een andere weg.'

We zullen andere wegen moeten gaan. Op weg naar een andere vorm van kerk-zijn. Welbeschouwd zijn we nog veel te veel bezig met het in stand houden van een illusie. Van een kerk die eigenlijk al lang niet meer bestaat. We kunnen wel doen alsof, maar dat is zonde van de energie.

We zullen ons als kerk - wil het water weer gaan stromen - opnieuw de vraag moeten stellen naar de bron, naar de oorsprong van ons geloof. Naar de eigenlijke boodschap van Jezus van Nazareth. Een boodschap die in de loop der eeuwen grotendeels verstrikt is geraakt in een web van kerkelijke dogma's en regelgeving. Verstrikt en verstikt. Het is een zegen dat de kerk haar macht voor een belangrijk deel kwijt is. Het móet niet gaan om macht. Een kerk - wil zij geloof-waardig zijn - dient te gaan in het spoor van Jezus van Nazareth, dienaar van mensen bij uitstek. De allerkleinsten voorop. En dan - éérst dan - zijn we 'kerk', zoals het bedoeld moet zijn. En onvermijdelijk zal dat een weg zijn van vallen en opstaan. We zijn en we blijven immers mensen. Met alle menselijke tekortkomingen van dien. Maar dat geeft niet. Als we maar op weg gaan. Met elkaar. En daarom doet het me zo veel deugd om vandaag mensen te mogen begroeten uit elk van onze vier gemeenschappen. En van daarbuiten. Een teken van betrokkenheid. We leven met elkaar mee. Een goed teken. En wie weet een voorteken. Een belofte voor de toekomst.

Als we dát elkaar vandaag nu eens beloven. Dat we op weg gaan. Samen. Verschillend als we zijn. Dat we elkaar trouw blijven. Dat we niet eenkennig en krampachtig - 'Het is altijd zo geweest!' - vasthouden aan wat was en nooit meer zijn zal. Dat we over onze eigen schaduw heen stappen. Dat we over de schutting van onze eigen kleine gemeenschap durven heen te kijken. Dat we niet alleen óver elkaar spreken, maar ook en vooral mét elkaar. We zijn immers kinderen van een en dezelfde Vader. Broeders en zusters van elkaar dus. Laten we, in dat besef, 'thuis geven' voor elkaar. In welke herberg dan ook.

Pastor Ruud Roefs