Johannes 6, 1-15

'Volgens mij lukt het niet zo goed... Zal ik je even helpen?' Vriendelijke woorden van een vriendelijk mens. En een ander is ermee geholpen.

Maar het kan en gebeurt soms heel anders. 'Laat mij dat maar doen. Dat kun jij toch niet...' 'Dat kun jij toch niet...' - woorden die - nagalmend en nooit vergeten - een verwoestende uitwerking kunnen hebben. Vaak een mensenleven lang. 'Dat kun jij toch niet...' Als me dat maar vaak genoeg wordt ingewreven, is de kans groot dat ik het op den duur ook ga geloven - om er vervolgens naar te handelen: 'Vraag maar een ander. Dat kan ik toch niet...'

Mensen kunnen elkaar kleineren en doodverklaren. Of juist optillen en tot leven wekken. De bijbel zet ons heel nadrukkelijk op dit laatste spoor. Zij wil 'leven-wekkend' zijn. Zij wil ons bewust maken van het feit dat in ieder mens, al is het misschien sluimerend en latent, onvermoede krachten aanwezig zijn. 'Bronnen van leven' die, dichtgegooid of dichtgeslibd, erop wachten om opnieuw te worden aangeboord.
Zo zou je de evangelielezing van vandaag kunnen lezen als een verhaal dat wil afrekenen met die dodelijke 'dat bestáát-niet - ...' of 'dat-kan-ik-toch-niet-mentaliteit'.

Een enorme mensenmassa die honger heeft. Vijfduizend mannen - en de rest. Er moet 'brood op de plank'. Veel hebben de leerlingen van Jezus echter niet in huis. Vijf broden en twee vissen. Zo goed als niets. En toch blijkt dit kleine beetje meer dan voldoende om de hongerende massa te voeden. Het loopt zelfs uit op een feestmaal. En twaalf manden - twaalf: het getal van de volheid - zijn nodig om te verzamelen wat er overschiet. Over overvloed gesproken.

Vijfduizend mensen met honger. Als het avond wordt, stellen de leerlingen Jezus voor de mensen weg te sturen en in de omgeving onderdak te laten zoeken. Een heel redelijk voorstel. Wat zou je anders kunnen doen? De reactie van Jezus lijkt in eerste instantie wat merkwaardig: 'Geven jullie hun maar te eten!' Het antwoord van de leerlingen - 'Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen - of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kópen...' - is afwerend. Ze hebben 'niets te bieden'. Ze hebben 'niets in huis'. Zo menen ze.

Wat opvalt is dat Jezus met dat antwoord, met die houding, geen genoegen neemt. Integendeel. Hij draagt zijn leerlingen op het aanwezige volk in groepen van vijftig te verdelen en vervolgens plaats te laten nemen. Er wordt niemand weggestuurd - en evenmin wordt er eten gekócht. Zo gemakkelijk komen zijn leerlingen er niet van af. Al kan ik me de reactie van de leerlingen heel goed voorstellen: vijf broden en - om het feest compleet te maken - twee vissen... Een toch wat schamele oogt. Wat moet je daarmee..?

Jezus' reactie op deze matige collecteopbrengst is even verrassend als tekenend. Hij neemt de broden in ontvangst, dankt God en ...zegent wat zijn leerlingen hebben aangedragen. Dat wil zeggen: het wordt goedgekeurd. Hoe weinig het misschien ook is. Of lijkt. Want het kleine beetje dat men bij zich draagt blijkt voldoende voor een feestmaal waar je U tegen zegt.

Ik lees dit verhaal als een verhaal dat mij zeggen willen: denk niet te min over jezelf. Je hebt meer 'in huis' dan je denkt. Veel meer. Al lijkt het misschien nog zo weinig. En als je de moed hebt dat kleine beetje tevoorschijn te halen en het ten goede aan te wenden, zou het best eens kunnen zijn dat het resultaat je stoutste dromen overtreft.

Kortom, zo houdt het evangelie ons voor: laat je niet verlammen door onzekerheid - of door een negatieve kijk op jezelf. Wees niet bang. Heb vertrouwen. Sta op en gebruik je talenten - in godsnaam. In zijn naam en in vertrouwen op Hem. Vijf broden en twee vissen, ze groeien uit tot een overvloedig feestmaal. Beeld van het Rijk van God. Of - om een ander beeld te gebruiken, afkomstig uit een van die prachtige gelijkenissen van Jezus: weinig zaad leidt tot een rijke oogst. Dertig-, zestig-, ja honderdvoudig. Een mosterdzaadje (nog zo'n beeld) groeit uit tot een boom waarin vogels kunnen nestelen. Levenwekkende woorden, beelden en verhalen. Niet voor niets heten ze 'Woord van God' te zijn.

Levenwekkende woorden. Althans, zo zijn ze bedoeld. En toch - soms zullen we een gevoel van teleurstelling niet kunnen onderdrukken. Als we zien wat het resultaat soms is van al ons geploeter. Je doet zo je best - in je gezin, op je werk, binnen je geloofsgemeenschap... Je loopt je het vuur uit de sloffen voor die ander - en toch brengt het je niet wat je ervan hoopte. Ik moet ook denken aan al die religieuzen - en het zullen er niet weinig zijn - die, terugkijkend op hun leven, een leven 'in dienst van God en de naaste' zoals dat heet - soms bekropen worden door een gevoel van twijfel. Want - eerlijk is eerlijk - het doet toch pijn als je ziet hoe een kerk, waarvoor je je toch een leven lang hebt ingezet, de laatste decennia, in elk geval in onze contreien, in toenemende mate met een bestaan in de marge genoegen moet nemen. Eens goed gevulde kerken lopen leeg. En dat proces gaat vooralsnog door. Plaatsen te over voor de beminde gelovigen die nog wel komen. Maar voor velen heeft de kerk afgedaan. Helemaal en voorgoed. Om wat voor reden ook. Soms voel je je machteloos en gefrustreerd. Je doet wat je kunt, maar het gewenste resultaat blijft uit.

En dan nog iets. Laten we eerlijk zijn. Het liefst zien we ook meteen resultaat. Nu. Maar zo werkt het niet. Ik mag zaaien. Dat is mijn taak. Mijn taak en mijn lot. Zaaien in de hoop op een rijke oogst. Een oogst die ik mogelijk zelf niet zal aanschouwen. Ik moet in dit verband denken aan die even eenvoudige als levenswijze woorden die ik ooit uit de mond van een oude kapucijn - broeder tuinman, zijn leven lang - mocht optekenen: 'Boompje groot, plantertje dood.' Een waarheid als een koe.
En toch, laten we ook daarin eerlijk zijn - het is heerlijk om af en toe, al is het dan 'soms even', resultaat te mogen zien. Bevestiging te ontvangen. Te mogen horen dat het goed was.

Een voorbeeld uit de praktijk van onze eigen parochie, onze eigen geloofsgemeenschap. Afgelopen zondag deden, hier in de kerk, acht kinderen hun eerste communie - acht, de totale oogst voor onze parochie dit jaar... De viering had een prachtige, feestelijk afsluiting moeten worden van een maandenlange voorbereiding (met grote dank aan onze communiewerkgroep die er veel tijd en energie in heeft gestoken) - maar ze ging grotendeels ten onder in het geroezemoes, in het lawaai van mensen die als 'volwassenen' te boek staan, maar voor wie respect en beschaving onbekende begrippen lijken te zijn. Dat het hele gebeuren hén niet interesseerde is nog tot daaraan toe, maar hun gedrag bedierf voor een deel het feest voor hen die wél van goede wil waren. Tijdens de viering bekroop me niet alleen een gevoel van ergernis en verdriet, maar ook een licht gevoel van wanhoop: 'Wat heeft dít nog voor zin?' 'Waar dóen we het nog voor..?

Aan het slot van de viering - je probeert er toch nog íets van te maken - riep ik mensen nog op om hun verantwoordelijkheid als gedoopte gelovigen op zich te nemen en daad-werkelijk blijk te geven van hun betrokkenheid. Dat we samen kunnen komen op een plek als deze lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Allesbehalve. Dat kan alleen als mensen samen hun schouders eronder zetten - levende stenen willen zijn voor een levende kerk - en hun geloof niet alleen met de mond belijden.

Toen we daarna met onze communicanten naar buiten liepen, op weg naar de pastorie, werd ik aangesproken door een vader van een van onze communicanten. Hij bedankte ons voor de viering en voor alle gedane moeite. Daarna zei hij: 'Weet u, wat u aan het slot vertelde, heeft me wel aan het denken gezet. Ik wil heel graag meedoen. Als u iemand zoekt voor het onderhoud van onze kerken, dan bij dezen...' Binnenkort is onze bouwploeg dus een jonge vrijwilliger rijker.

En dan denk ik: 'Dus tóch...' Je zaait en je zaait. En je vraagt je met enige regelmaat af: Heeft dit wel zin? Levert het eigenlijk wel iets op..?' Blijkbaar toch wel. Maar alleen als de tijd daar rijp voor is. En zo is het ook met het rijk van God. Het komt zoals het komt. Het komt op zijn tijd. En die is niet altijd de mijne. Maar ik word uitgenodigd ertoe bij te dragen. Door te zaaien en te zaaien. Door te doen wat in mijn vermogen ligt. Of het nu veel is of weinig. En zonder daarbij krampachtig op mijn tenen te lopen. Mijn krachten te overvragen. Het enige dat telt is dat ik zaai. In liefde zaai. Ik zaai het zaad, God - in dat vertrouwen te leven! - draagt zorg voor de groei en een rijke oogst.

Laten we dus zaaien. In goed vertrouwen. Tot onze laatste dag. In onze parochie. In onze geloofsgemeenschap. In ons eigen leven. Want we hebben meer in huis dan we denken.

Pastor Ruud Roefs

Andere (recente) overwegingen / preken

Datum Voorganger Viering
5 juni 2022 Ruud Roefs Pinksteren
26 mei 2022 Ruud Roefs Hemelvaart
22 mei 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
15 mei 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Weurt
8 mei 2022 Ruud Roefs Roepingenzondag
1 mei 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
24 april 2022 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Beuningen
16 april 2022 Ruud Roefs Paaswake
14 april 2022 Ruud Roefs Witte Donderdag
3 april 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
20 maart 2022 Nicky Voet Woord- en Communieviering Beuningen
13 maart 2022 Roman Gruijters Woord- en Communieviering Weurt
13 maart 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
6 maart 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
20 februari 2022 Rinie Broenland Woord- en Communieviering Beuningen
13 februari 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
6 februari 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
23 januari 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Beuningen
16 januari 2022 Ruud Roefs Eucharistieviering Weurt
9 januari 2022 Andreaskoor Woord- en Communieviering Weurt