De herdertjes lagen bij nachte. Zij lagen bij nacht - nee, niet in het veld, maar gewoon in de uiterwaarden, hier achter de dijk. De dag zat erop. Een lange dag van hard werken. Maar na gedane arbeid - u weet het - is het goed rusten. Zij hielden - gezeten rond een klein vuur - vol trouwe de wachte. En - hoe kan het ook anders? - zij hadden hun schaapjes geteld. Al kostte hen dat de laatste jaren veel meer moeite dan vroeger. Regelmatig dwaalden er dieren af. Of verdwenen gewoon. De kudde leek te verbrokkelen. De schapen leken vooral met zichzelf bezig en minder met elkaar. 'Vroeger', zo sprak een van de oudste herders (die het dus weten kon) - 'vroeger snuffelden ze veel meer aan elkaar dan vandaag de dag het geval is... Het lijkt nu veel meer 'ieder voor zich. Onze kudde is niet echt een kudde meer...' Hij zuchtte toen hij het zei.

'Waar zou dat aan liggen?', vroeg een ander, terwijl hij nog wat hout op het vuur gooide. 'Geen idee', zei zijn buurman die wat dromerig in de vlammen keek. 'Het zou het eten kunnen zijn. Je weet tegenwoordig maar nooit wat daar in zit. Of misschien is het het klimaat. Of zit het gewoon in de lucht...'

De lucht... Ze keken omhoog. De maan stond flets aan de hemel en wolken joegen voorbij. De koude wind drong door hun jassen - en ze huiverden. Herder-zijn, het viel niet altijd mee. En zeker niet als je wind tegen had. 'Maar ja', zeiden ze dan wel eens tegen elkaar, 'hadden we ook maar een vak moeten leren...'

Maar plotseling - ze schrokken en schoten met een ruk overeind, plotseling hoorden zij engelen zingen, hun liederen vloeiend en klaar. Een hemelse heerschaar vulde het firmament. Een zacht en helder licht omgaf de herders die van verbazing geen woord wisten uit te brengen. Zoiets zag je toch ook niet elke dag...


Een van de engelen maakte zich los van het grote hemelkoor en daalde af. Bij de herders aangekomen knikte hij hen vriendelijk en geruststellend toe - en hij sprak: 'Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een redder geboren, Christus de Heer...'

'Allemaal mooi en aardig', sprak de jongste herder die het eerst van de schrik en verbazing bekomen was, 'maar waar vinden we die Christus dan...?'

Lees verder...