Op de website van de H. Johannes XXIII parochie voor de dorpen van de gemeente Beuningen.

Hier vindt u:

Parochieblad

datum: 2-2-2023

Mededeling

Vanwege de hoge energiekosten zullen tijdens de wintermaanden (voorlopig van november t/m februari 2023) de zaterdagavondvieringen in de Corneliuskerk vervallen.

Dank voor uw begrip.

'Je weet niet wat je ziet...'

'Kerstsfeer' - hoe vaak valt in december (of soms al eerder) niet dat woord? 'Kerstsfeer' - thuis, op straat, op TV, op de radio, in de folders van de supermarkt... Begrijp me goed: niets tegen 'kerstsfeer'. Integendeel. Ook zelf kan ik intens genieten van al die lichtjes thuis en op straat, van een prachtig versierde boom en zo'n ouderwetse kerststal. Een échte wel te verstaan. Gemaakt van hout, voorzien van gipsen beeldjes en bij voorkeur gelegen in een rotspapieren landschap. Met heel veel mos en - niet te vergeten - echte kunstsneeuw op het dak van de stal. Als kind al vond ik dat fantastisch en ik liet onder de kerstboom - die ons moeder hoogstpersoonlijk had opgetuigd - mijn kinderlijke fantasie de vrije vrome loop. Zó mooi allemaal. Je wist niet wat je zag...

Toch zit er aan al die 'kerstsfeer' een groot risico vast. Als je te lang in al die lichtjes kijkt, raak je verblind - en raak je het zicht kwijt op het eigenlijke kerstverhaal. Het kerstverhaal zoals het er stáát - zoals we het zojuist hebben beluisterd - en zoals het ook bedóeld is. Als je GOED kijkt, zul je ontdekken (in het kerstverhaal, in de kerststal) dat niets is wat het lijkt. Het is 'Romantiek' met een valkuil. 'Romantiek' met een dubbele bodem. Het lijkt allemaal koek en ei (of, om in kerstsfeer te blijven, 'peis en vree'), maar dat is slechts schijn. Als je goed kijkt, als je de moed hebt je roze kerstbril af te zetten, zul je zien dat alle seinen op rood staan. Je weet niet wat je ziet...

Zo zien we een pasgeboren kind, in doeken gewikkeld en in een voederbak gelegd. Een pasgeboren kind werkt altijd vertederend. Maar of dit tafereel nu echt zo romantisch is? Zo vertederend? Volgens mij, of ik moet me ernstig vergissen, hoort een kind niet in een voederbak thuis. Net zo goed als dat een kind dat - uit buitenlandse ouders geboren en hier opgegroeid - niet mag worden uitgezet naar een land dat niet het zijne is. Het gaat immers om een kind. Een kwetsbaar kind. Niet om menselijk restafval. Maar - laten we eerlijk zijn - hoe vaak klinkt niet in ons eigen midden hetzelfde geluid als toen in Bethlehem? 'Sorry, geen plaats...' Woorden die - wat mij betreft - nog altijd cru overkomen. Ze wennen nooit. 'Het spijt me... We zitten vol. En vol is vol. Probeer je geluk maar verderop! Succes ermee...'

Het kind van Bethlehem komt ter wereld op het moment dat keizer Augustus, koning Herodes en de Romeinse landvoogd Quirinius de scepter zwaaien. Drie heersers, drie alfamannetjes die niet op een mensenleven meer of minder kijken. Het kind komt ter wereld in een wereld waarin een kind niet veilig en onbekommerd kind kan zijn. Vanaf het allereerste begin dreigt er gevaar.

Je vraagt je af: is het vandaag de dag dan zoveel anders? Nee. Ook nu nog, ook nu weer worden weerloze kinderen het slachtoffer van de zucht naar macht van de zogenaamd 'groten der aarde'. Met hun ouders op de vlucht - over de wereld geschopt, de zee ingedreven - zoeken ze elders het vege lijf te redden. Hopend dat het nog bestaat: solidariteit, naastenliefde... Hopend dat ze er nog zijn: mensen die de deur van hun hart en hun huis voor hen openen. Mensen, herbergzaam van hart. Mensen voor wie 'vol is vol' - ondanks, toegegeven, de problemen die met de huidige migratie verbonden zijn - toch geen optie is. Wat telt is alleen die mede-mens die voor onze deur staat. In de hoop op een greintje mededogen en - inderdaad - mede-menselijkheid.

Ook het verhaal van de wijzen uit het Oosten (nog even geduld, over twee weken komen ze aan) zou zó op onze tijd kunnen worden geplakt. Deze wijzen volgen een merkwaardige ster. Het licht ervan fascineert hen. Het zijn zin-zoekers. Mensen op zoek naar wijsheid. Naar antwoorden. Naar richting, zin en betekenis. Zoals er vandaag de dag - in onze stuurloze samenleving - zo vélen rondlopen. Mensen op zoek naar... Ja, naar wát eigenlijk? Naar gewoon menselijk geluk - zo lijkt me. Want gelukszoekers zijn we uiteindelijk allemáál. Toch zijn er die - juist om die reden - door ons met de nek worden aangekeken. Vreemdelingen. Mensen van elders. Anders dan wij. Vaak van huis en haard verdreven. Wanhopig op zoek naar veiligheid en toekomst. Voor zichzelf en hun kinderen. 'Gelukszoekers zijn het, allemaal...', zo klinkt het niet zelden. 'Laat ze liever teruggaan naar waar ze vandaan komen.' Ja, denk ik dan, hun ongeluk, hun dood tegemoet.

Laten we tenslotte ook de herders niet vergeten. In Jezus' tijd mensen in de marge. Ruig volk. Onbetrouwbare types, zo werd gezegd, waar je liever met een boog omheen liep. Ze deden wel mee, maar je wist niet goed wat je ermee aan moest. Onbetrouwbaar en bij voorbaat verdacht. Precies als mensen die - met dank aan geavanceerde computerprogramma's - door de overheid bij voorbaat als 'behorend tot een risicogroep' worden bestempeld. Potentiële oplichters. Herders van nu. Maar gelukkig kunnen ze steeds beter worden opgespoord. En dat er daarbij wel eens fouten worden gemaakt . Dat is jammer genoeg niet helemaal te vermijden. Sorry, zeggen we dan. Sorry. Maar de schade is intussen wel aangericht. En vaak onherstelbaar. En mensen zijn voor het leven getekend.

Opvallend genoeg zijn het de wijzen en de herders - en niet de mensen van de macht (die hebben het te druk met zichzelf) - die voor Jezus door de knieën gaan. Wonderlijk. Je vraagt je af waarom. Is het misschien hun eigen kwetsbaarheid die hen extra gevoelig maakt voor de verborgen grootsheid van het kleine? En dus ook voor wat het 'Rijk van God' genoemd wordt? Het Rijk van God immers - zo horen we in Jezus' verkondiging terug - is geen rijk van grote woorden en brute macht. Het wordt zichtbaar in wat zwak en weerloos is. Zwak en weerloos als een kind. Een pasgeboren kind. Het Rijk van God komt aan het licht, het groeit waar mensen het opnemen voor de 'kleinen der aarde'. Waar zij hun stem verheffen tegen al wat mensen stuk maakt en kleineert. Het groeit waar mensen herbergzaam zijn van hart en, eindelijk, eindelijk mens zijn voor elkaar.

Het is - je weet niet wat je ziet - in de ogen van de kleine, kwetsbare mens, ook wel 'naaste' genoemd - dat God mijn wereld binnentreedt, mij aanziet en zo een beroep op mij doet... Wat doen we? Doen we open of wijzen we - met onze naaste - ook God de deur?

Doe als God - en word mens.

Pastor Ruud Roefs