Op de website van de H. Johannes XXIII parochie voor de dorpen van de gemeente Beuningen.

Hier vindt u:

Parochieblad

datum: 27-10-2022

Mededeling

Vanwege de hoge energiekosten zullen tijdens de wintermaanden (voorlopig van november t/m februari 2023) de zaterdagavondvieringen in de Corneliuskerk vervallen, m.u.v. 26 november, 10 december en Kerstavond.

Dank voor uw begrip.

Elf jaar lang, van 2007 tot en met april 2018, ben ik als geestelijk verzorger verbonden geweest aan Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem.

Heel veel mensen – oud en jong – heb ik in die tijd in hun ziek-zijn of in de laatste fase van hun leven mogen begeleiden. Vaak waren het intense ontmoetingen en gesprekken. Bijzondere levensverhalen. Van bijzondere mensen. 'Gewone' mensen, zo heb ik in die tijd ontdekt, ze bestaan niet. Ieder mens heeft een eigen verhaal. Eigen en uniek. En dat verhaal wordt jou – als pastor, als toevallige voorbijganger – toevertrouwd.
Een mooi woord overigens: toe-vertrouwd.

Vanzelfsprekend zijn het de heftige momenten die je het meest en het langst bijblijven. Maar er zijn ook andere momenten. Kleine dingen, korte ontmoetingen die – waarom eigenlijk? – een onuitwisbare indruk op je maken. Zoals die ene keer...

Op een middag loop ik het stiltecentrum binnen om even wat foldertjes neer te leggen en enkele opgebrande waxinelichtjes te vervangen. Ik zie hoe een oudere heer, gekleed in een kleurige kamerjas, een poging doet om een kaarsje aan te steken. Wat hem echter niet lukt. Het zijn zijn handen. Ze trillen. 'Parkinson', zo zal hij me even later toevertrouwen. Mijn aanbod om hem even te helpen wordt in dank aanvaard. Als het kaarsje brandt, is hij even stil.

Zijn ogen staren naar het kleine vlammetje dat onrustig op en neer danst. Dan zegt hij: 'Het is voor mijn vrouw... Twee jaar geleden is ze gestorven. Zomaar ineens. We waren 53 jaar samen – en geen dag zonder elkaar. Meer dan een halve eeuw. Niet te geloven als je terugkijkt. En ik mis haar nog elke dag...' Weer is het even stil.
Dan zegt hij: 'We hebben fantastische kinderen hoor, en ze doen ongelooflijk hun best voor me. Echt, wat dat betreft ben ik een gezegend mens. Maar het gemis en de leegte blijven toch...'

Na opnieuw een korte stilte vervolgt hij: 'Ik ben een gelovig mens, meestal dan toch... Maar bidden vind ik lastig. Ik vind het soms moeilijk om de juiste woorden te vinden. Als die er al zijn... Meestal, als ik een lichtje voor haar opsteek – thuis doe ik dat ook, noem ik gewoon maar even haar naam. Dat vind ik voldoende en minstens zo mooi. Jennie. Mooie naam hè?' Wanneer ik dit beaam, gaat hij, terwijl zijn ogen het dansende vlammetje volgen, weer verder. 'We hebben het goed gehad samen. Heel goed. Ik ben blij met al die mooie herinneringen. Die neem je toch voor altijd met je mee. En al is Jennie niet meer tastbaar aanwezig, wat blijft is haar naam. Ooit heb ik ergens gelezen dat je pas dood bent als niemand je naam meer noemt. Dus ik weet' - zo zegt hij met een glimlach – 'wat mij de rest van mijn leven te doen staat.'

'Vindt u het goed', vraag ik, 'als ik ook voor u een kaarsje opsteek?' De vraag overvalt hem een beetje, maar het mag. Ik steek het kaarsje aan – "om licht, om kracht voor de komende dagen" – en zet het naast het lichtje voor Jennie neer. 'Ja, daar staat het goed!', zegt de man. 'Daar staat het helemaal goed...'

Voordat ik 's avonds naar huis ga, loop ik nog even het stiltecentrum binnen voor een laatste korte inspectie. Er zijn in de tussentijd weer enkele lichtjes bijgekomen. Kleine, stille getuigen. Van mensen die een naam blijven koesteren. En noemen. Als teken van blijvende verbondenheid. Zelfs tot voorbij die allerlaatste horizon.

Pastoor Ruud Roefs