Op de website van de H. Johannes XXIII parochie voor de dorpen van de gemeente Beuningen.

Hier vindt u:

Parochieblad

datum: 6-5-2021

Maatregelen ten gevolge van het coronavirus

Ter bestrijding van de snelle verspreiding van het coronavirus zijn binnen onze parochie de volgende maatregelen van kracht:

  • Vanaf 29 april kunnen bij vieringen maximaal 45 personen met een mondkapje aanwezig zijn (In Weurt: 30 personen). Daarom is het belangrijk dat u van te voren een plaats reserveert. Dit kan bij het parochiesecretariaat op werkdagen tussen 8.30 en 12.30 uur.
  • Alleen mensen die geen gezondheidsklachten hebben die op het coronavirus wijzen mogen de dienst bijwonen. Dit zal aan de deur van de kerk worden gecontroleerd.
  • De Agapè-vieringen vervallen voorlopig.

Dank voor uw begrip.

Heeft u in deze moeilijke tijd behoefte aan een gesprek met één van de priesters in onze parochie?
Neem dan contact op met ons secretariaat: tel. 024-6771271 (op werkdagen tussen 8:30 en 12:30 uur).

Ik zie hem nog voor me, die jongen die tijdens de gymles op school – als er teams moesten worden samengesteld – steevast als laatste gekozen werd. Of horen moest hoe de ene aanvoerder tot de andere zei: 'Jullie mogen hem wel hebben...' Alsof het om restafval ging. Menselijk restafval wel te verstaan. Zoiets tekent een mens. Vaak voor de rest van zijn leven. En hetzelfde geldt voor mensen die – van jongs af aan, van hun ouders of anderen, te horen krijgen: 'Laat mij maar, dat kun jij toch niet...' Zulke woorden hebben niet zelden een verwoestende uitwerking. 'Dat kun jij toch niet...' Als iemand dit maar vaak genoeg wordt ingewreven, is de kans groot dat hij of zij het op den duur nog gaat geloven ook – om er vervolgens naar te handelen: 'Doe jij dat maar, mij lukt dat toch niet...'

Ik moet hier denken aan die patiënt in Ziekenhuis Rijnstate (Arnhem) die ik enkele jaren lang heb mogen begeleiden. Tot aan zijn dood. Hart- en longproblemen maakten dat hij steeds minder kon. Ze verziekten letterlijk zijn leven. En zijn wereld werd kleiner en kleiner. Soms keek hij terug op zijn leven, op zijn werk, op de verre reizen die hij ooit gemaakt had: 'Wat ik toen nog allemaal kon... Daar is niets meer van over.'

Maar het kan ook anders. Heel anders. Ooit deelde deze man zijn kamer met een jonge vrouw – zo'n 45 jaar oud, gehuwd, moeder van twee puberkinderen – die leed aan een ernstige, progressieve spierziekte. Ze vertelde hoe ze drie uur per dag opzat. De rest van de dag lag ze in bed. Natuurlijk – zo vertelde ze – had ze veel verdriet. Vanwege de pijn en de beperkingen die haar ziekte met zich meebracht. Vanwege het feit dat ze niet de moeder en echtgenote kon zijn die ze zo graag zou willen zijn. 'Maar', zo zei ze – ongelooflijke woorden, 'er is nog heel veel dat ik wel kan.' Zo had ze ontdekt dat ze de kunst verstond echt naar mensen te luisteren. Tussen de regels door te horen. Met hen in gesprek te gaan. En hen – door wat ze hen op grond van haar eigen ervaringen terug kon geven – tot troost te zijn. Zelfs had ze een bundeltje gedichten geschreven en gepubliceerd, gebaseerd op haar persoonlijke ervaringen van de laatste jaren: 'Mooi om te zien hoe mijn schrijfsels' – zo betitelde ze haar werk – 'mensen blijkbaar goed doet.' Haar verhaal ontroert me tot op de dag van vandaag. Wat een kracht. Kracht in zwakheid: 'Wat ik allemaal nog wel kan...'

'Wat ik toen nog allemaal kon...' Wat ik nu allemaal nog wel kan...' Een wereld van verschil. Mensen kunnen zichzelf en elkaar kleineren en doodverklaren. Of optillen en tot leven wekken. De bijbel (zo heb ik haar in de loop van de jaren tenminste steeds meer leren lezen) zet ons heel nadrukkelijk op dit laatste spoor. Zij wil 'leven-wekkend' zijn. Zij wil ons bewust maken van het feit dat in ieder mens, vaak sluimerend en latent, onvermoede krachten aanwezig zijn. Een 'bron van leven' die, dichtgegooid of dichtgeslibd, erop wacht om opnieuw te worden aangeboord. Ik lees en ervaar de Schrift als een boodschap die mij aanspoort een 'paas-mens' te zijn, in op-stand te komen tegen al wat mij afbreekt, zo ook de neiging het goede in mijzelf te bagatelliseren of zelfs te ontkennen.

Ieder mens draagt een 'schat in aarden potten' met zich mee (2 Korintiërs 4, 7): kwetsbaar, onvolmaakt en gebroken heb ik meer 'in huis' dan ik in mijn stoutste dromen durf te vermoeden. God schrijft recht op kromme lijnen. Ook op die van ons. Ook op die van onze parochiegemeenschap. Ook als kerken sluiten. Geloof het of niet.

Pastor Ruud Roefs