Op de website van de H. Johannes XXIII parochie voor de dorpen van de gemeente Beuningen.

Hier vindt u:

Parochieblad

datum: 14-1-2021

Maatregelen ten gevolge van het coronavirus

Ter bestrijding van de snelle verspreiding van het coronavirus zijn binnen onze parochie de volgende maatregelen van kracht:

  • Vanaf 13 oktober kunnen bij vieringen maximaal 30 personen met een mondkapje aanwezig zijn. Daarom is het belangrijk dat u van te voren een plaats reserveert. Dit kan bij het parochiesecretariaat op werkdagen tussen 8.30 en 12.30 uur.
  • Alleen mensen die geen gezondheidsklachten hebben die op het coronavirus wijzen mogen de dienst bijwonen. Dit zal aan de deur van de kerk worden gecontroleerd.
  • De Agapè-vieringen vervallen voorlopig.

Dank voor uw begrip.

Heeft u in deze moeilijke tijd behoefte aan een gesprek met één van de priesters in onze parochie?
Neem dan contact op met ons secretariaat: tel. 024-6771271 (op werkdagen tussen 8:30 en 12:30 uur).

Lucas 2, 1-20

'...omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.' Geen plaats... Woorden die - hoe bekend ze ook zijn - nog altijd cru kunnen overkomen. 'Het spijt me... We zitten vol. En vol is vol. Probeer je geluk maar verderop! Succes ermee...'

Geen plaats...
Het deed me denken aan een waar gebeurd verhaal dat me, alweer enige tijd geleden, ter ore kwam. Het verhaal van een groep kinderen op een Vlaamse dorpsschool. Kinderen die zich wekenlang, onder leiding van enkele bevlogen leerkrachten, hadden voorbereid op het kerstspel, dat - traditiegetrouw - in de aula van de school zou worden opgevoerd.
Je kunt je de spanning voorstellen 'achter de coulissen' - vlak voor het begin van het stuk - Nu was het echt. En de aula zat afgeladen vol met vaders en moeders, opa's en oma's, broertjes en zusjes.

Nadat alle spelertjes voor de laatste maal waren geïnstrueerd - en een hoogst nerveuze Jozef zijn derde en nu toch echt laatste plasje gedaan had, kon het spel beginnen. De wekenlange inspanningen wierpen hun vruchten af. Al spoedig was er van spanning weinig meer te merken. Het publiek genoot en keek glimlachend toe hoe de kinderen opgingen in het spel. Alles verliep vlekkeloos - tot het moment waarop Jozef en Maria bij de met kunstsneeuw bedekte herberg aankwamen.

De herbergier, een klein manneke met een blonde vlaskuif, deed open en vroeg wat men wilde. De kleine Jozef legde uit wat er aan de hand was: dat zijn verloofde in verwachting was, hoe koud ze het wel niet hadden, dat ze moe waren en onderdak zochten... Waarop de kleine herbergier volledig uit zijn rol viel en - door oprecht medelijden bewogen - antwoordde: 'Awel, natuurlijk... kom binnen! Zo kunt ge toch niet buiten blijven staan...' Je kunt je de hilariteit in de zaal voorstellen - en tegelijkertijd de consternatie en paniek onder de leerkrachten en spelertjes. Het kerstspel viel volkomen stil. Niemand wist hoe het verder moest, en het duurde nog een hele tijd voordat er 'orde op zaken' gesteld was en men weer verder kon...

Na afloop werd er - met name door ouders en leerkrachten - nog eens smakelijk om gelachen. Prachtig had men het gevonden. 'Zoiets', zei een van de aanwezige moeders, 'kan alleen kinderen overkomen.' En ik denk dat ze gelijk had. Een reactie als die van onze kleine herbergier is alleen maar mogelijk, omdat hij luisterde naar zijn hart - omdat hij keek 'met de ogen van een kind'. Volkomen onbevangen.

Volwassen mensen, 'grote mensen' worden ze ook wel genoemd, kijken meestal anders. Ze lijken 'het kind' te zijn vergeten. Ze hebben hun rol goed ingestudeerd. Ze houden zich keurig aan hun tekst. Ze weten 'hoe het hoort'.

Eigenlijk is het - op z'n zachtst gezegd - jammer, dat we als mens al zo snel worden 'afgericht' - dat we - ooit als origineel in de wereld gezet - zo vaak als een fletse kopie lijken te eindigen. Als een braaf en keurig lid van samenleving en kerk. Is het niet tekenend dat het nota bene een kinderlied is dat de zinsnede bevat: '...en al wie met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan. En zo zijn onze manieren...' Zo en niet anders. Dus doe nou maar mee. Stel niet teveel vragen. En doe vooral gewoon. Want gewoon is al gek genoeg.

Het is jammer, en meer dan dat, te moeten constateren dat de kleine herbergier in onszelf vaak zo goed als verdwenen lijkt te zijn. Waar is hij gebleven? Waar is nog dat kind in mij dat me, onbevangen en puur, doet spreken vanuit het hart? Het kind dat - ten antwoord op de vraag of er plaats is in de herberg - niets anders zeggen kan dan: 'Ja, natuurlijk is er plaats... Kom binnen. Mijn huis is jouw huis.'

Zo kinderlijk naïef zijn 'grote mensen' niet meer. Dat kan ook niet. Het zou toch wat worden in onze samenleving, als we onze deur voor elkaar zouden open zetten. Als we elkaar onbevangen tegemoet zouden treden.
Nee, zo zit de wereld nu eenmaal niet in elkaar... Door schade en schande wijs geworden lijkt een gezonde dosis wantrouwen vooraf toch het beste te zijn.

  • Of er plaats is in onze herberg...? In ons eigen dorp? In onze straat? Nou, kijk, in principe wel natuurlijk, maar...
  • Of er plaats is in de herberg die 'kerk' heet? Jawel, maar... alleen als je recht in de leer bent. En dat je homo bent is niet erg, maar...
  • En hoe is het gesteld met onze gezondheidszorg? Is deze zorg een fundamenteel recht, of dienen we ervoor te waken dat hij straks een voor-recht wordt voor hem of haar die over voldoende financiën beschikt? Op diverse plaatsen in ons land schijnt het al mogelijk te zijn wachtlijsten te omzeilen, als je je portemonnee trekt. Tel de zegeningen van de markt...
  • Of er plaats is in de herberg die Nederland heet - voor hen die 'van buiten' komen, op de vlucht voor oorlog en geweld? Of zijn we liever onder elkaar, 'trots op Nederland' - veilig achter deltawerken van zelfgenoegzaamheid en egoïsme...? Laat ze ginds zelf hun problemen oplossen...! [ ... ]

Wie de bijbel leest - en herleest, zal ontdekken dat het 'verzetsverhalen' bevat. Verhalen die oproepen tot verzet, verzet tegen alle mogelijke vormen van on-recht en on-herbergzaamheid... De priester-dichter Huub Oosterhuis zegt het zo:

De bijbel heeft mij de 'onverzoenlijke hoop' geleerd, hoop die zich niet verzoent met de feiten; die tegen de feiten indenkt en invoelt - tegen het gelijk en het laatste woord van de machtigen, tegen de regimes, tegen de heersende economische orde. Moet het maar blijven zoals het is, deze 'bestaande orde', deze oude wereld? Dat te denken is cynisme. De bijbelse gods-dienst is een doorlopend geding, een dagelijks kort geding tegen dat cynisme. De aanklager van dat cynische systeem en de advocaat van de slachtoffers in de bijbel is God zelf. 1)

Het is in de ogen van de kleine, kwetsbare mens, ook wel 'naaste' genoemd - en het is precies deze overtuiging die ten grondslag ligt aan de woorden van Oosterhuis - dat God de wereld, jouw wereld, mijn wereld, onze wereld binnentreedt, mij aanziet en een beroep op mij doet: 'Mag ik er zijn? Mag jouw herberg ook de mijne zijn?'

Gods wereld is een ge-deelde, geen ver-deelde wereld. Het is dit visioen, het is deze droom - Gods droom en die van mensen - die de spil vormt van de Schriften. Een droom die meer dan eens lijkt te worden weggehoond door - om zo'n gevleugeld Oosterhuis-woord te gebruiken - 'de overmacht der feiten'. Een droom van hen, zo hoor je wel eens schamper spreken, die elk contact met de werkelijkheid lijken te zijn verloren. Of... is het de droom van 'hen die zijn als kinderen' = van hen die nog kunnen en durven kijken met de ogen van een kind - en de moed hebben, een kinderlijke moed als die van onze kleine herbergier, de hun aangeleerde rol, het hun aangeleerde cynisme te doorbreken? Dat cynisme dat ons zeggen doet: de wereld is nu eenmaal zoals zij is, daar is niets aan te doen. Helemaal niets. Of - om Donald Trump (toch een van de grootste denkers van onze tijd) te citeren: 'It is what it is.' Eerst maar eens zien dat ik er zélf in slaag het hoofd boven water te houden.

En toch... Wat is het toch dat mensen, dat mij in elk geval doet blijven geloven in wat soms een illusie lijkt? Zijn het die momenten waarop - 'soms even' - licht van 'elders' onze wereld binnenvalt? Licht dat, hoe zwak misschien ook, in staat blijkt, minstens voor nu, de diepste duisternis te verjagen? Opnieuw sluit ik aan bij Oosterhuis waar hij zegt:

Ik heb besloten dit visioen ernstig te nemen, en met mezelf afgesproken naar de vervulling ervan te verlangen. En ik heb ook met mezelf afgesproken te vertrouwen op het goede dat overal gedaan wordt: de toewijding waarmee mensen voor elkaar zorgen, naar elkaar luisteren, wonden verbinden - de ongekende onschatbare ontferming en solidariteit die mensen elkaar betonen [ ... ] dat komt óók voor. 2)

Het Rijk van God is geen rijk van grote woorden en daden. Het wordt zichtbaar in wat zwak en weerloos is, in een kind. Het gebeurt, het groeit, het komt aan het licht waar mensen, naar het voorbeeld van de kleine herbergier, uit hun rol durven vallen en 'thuis geven', herberg-zaam zijn van hart en - eindelijk, eindelijk - mens zijn voor elkaar.

Doe als God, word mens.

Een zalig, een gezegend kerstfeest!


1) Huub Oosterhuis, Jij die mij ik maakt – pag. 48
2) Idem, pag. 49