Door Jan de Waal

Mijn reisverslagje van de week Rome, die wij met tweeduizend andere Nederlandse pelgrims hebben mogen maken, bij de afsluiting van het Genade jaar, het Heilig jaar van Barmhartigheid.
Een reis met vele indrukken, een reis met bemoediging, troost en huilpartijtjes maar zeker ook met lachpartijen, met vermoeide voeten, met vermoeide kuiten en bovenbenen.
Maar zeker ook met hele mooie gedachtes die we gedeeld hebben met elkaar, door elkaar.
Aandacht voor elkaar in de kleine dingetjes, een kuil in de weg, een spoor van drie soorten kinderkopjes, een spoor van ongelijke trappen, maar ook een spoor van blijdschap, van “zie je daar”, terwijl je niets kunt zien. En dan toch lachen en zeggen, het is goed.
Wij hebben van het oude Rome genoten. Het grootste openluchtmuseum van de wereld. Met daarin ook de geschiedenis van ons mens zijn mogen beleven. In stilte, in rumoer, in gebed, in spontaan gezang.
Als pelgrim en als jubilaris mocht ik dit jubeljaar voor mij hier ook afsluiten. In grote dankbaarheid omringd door zes engelen. Zes engelen die vragen hadden, die graag de oudheid in het moderne leven wilden zien. In een busrit, in een rit in de metro, zingend of gewoon in de taxi terug naar het hotel, even krijgsraad houden.
Ik spreek misschien in raadselen, maar die raadselen kunnen bevraagd worden door degene die mee geweest zijn.
Met grote dankbaarheid durf ik rustig te zeggen: Da ge bedankt bent da wit ge en houdoe wah.

Het was geweldig mede dankzij jullie ondersteuning, door er gewoon te zijn en door de gaven die ik gekregen heb bij mijn zilveren priesterfeest.

Dank je wel nogmaals,
Jan de Waal
Jullie Herder