Op de website van de H. Johannes XXIII parochie voor de dorpen van de gemeente Beuningen.

Hier vindt u:

Parochieblad

datum: 21-03-2019

Het bestuur van de parochie H. Johannes XXIII heeft besloten dat de laatste viering in de Antonius van Paduakerk te Winssen op zondag 5 januari a.s. plaatsvindt.
Op deze pagina vindt u alle informatie over de geplande sluiting.

Door: pastor Ruud Roefs

We weten allemaal hoe belangrijk beweging is voor ons lichaam. Overal kom je mensen tegen in een joggingpak, trainend voor de Vierdaagse, een halve of een hele marathon, of - 'gewoon maar' - om hun conditie wat op peil te houden. Na een operatie worden zieken vaak zo snel mogelijk gemobiliseerd, uit hun bed gehaald en in beweging gezet. Beweging draagt immers bij tot een goed herstel. Ook senioren nemen soms plaats op een hometrainer, als fietsen buiten te gevaarlijk wordt - of als het weer het niet toelaat. Kortom: ons lichaam krijgt alle aandacht. En terecht. Maar we zijn meer dan ons lichaam alleen.

Ook onze geest moet worden getraind. We willen immers ook geestelijk fit zijn. Fit en flexibel. Zeker ook dat laatste. Ik bedoel dit: blijven zitten waar je zit, vasthouden aan en terugvallen op wat oud en vertrouwd is ('...het is altijd zo geweest') – het is vaak zo verleidelijk. Maar daarom nog niet meteen goed. Immers, als we geestelijk vastroesten, als we ons – vaak bang en krampachtig – afsluiten voor alles wat anders is dan we gewend zijn, als we ons – bij voorbaat – afsluiten voor de wereld van vandaag en voor hen die de toekomst van ons overnemen. Als ons denken zó verstart, gaat 'de rek' eruit en raken we uitgeput en uitgedoofd. En uiteindelijk haken we af.

Wat geldt voor de mens, geldt evengoed voor het 'geestelijk lichaam' dat we 'de kerk' noemen. Het doet me pijn te zien hoe vele christenen – hun leiders vaak voorop, oog in oog met de wereld waarin wij leven, verkrampen en zich opsluiten in een bastion van dogma's, regels en wetten – menend daarmee 'de boze wereld' buiten de deur te kunnen houden en een veilige schuilplaats voor zichzelf te creëren. Een jammerlijke misvatting: als je jezelf als kerk, als in een krampachtige reflex, opsluit in je eigen gelijk – en als daardoor het contact met de buitenwereld wegvalt, zal straks het enige resultaat een oorverdovende stilte zijn. Een kerk die er niet meer toe doet...

Ikzelf lees de woorden van het Evangelie als een oproep om vooral niet bang te zijn, ook niet voor een samenleving als de onze die volop in beweging is – en, toegegeven, soms op hol lijkt te zijn geslagen. Wees niet bang, zo klinkt het uit Jezus' mond, maar weet je – in alles wat je doet, in alles wat je overkomt – gedragen door God. Durf te geloven dat God er is – dat zijn Geest werkzaam is – dat Hij, onzichtbaar en stil, de Adem, de hartslag van je leven is.

Ik moet hier denken aan een gebeurtenis uit mijn kleutertijd. Als een jongetje van een jaar of vijf zat ik – het zal oktober / november geweest zijn – op de rand van de zandbak, midden op het schoolplein. Het was een behoorlijk onstuimige herfstdag, en verwonderd zat ik te kijken naar de vele bladeren die van de bomen vielen. Op een gegeven moment kwam de juf naast me zitten en vroeg wat ik aan het doen was – ik zat wel eens vaker in mijn eentje wat te dromen... Ik vertelde haar dat ik naar het blad zat te kijken dat van de bomen viel – dat ik dat zo'n mooi gezicht vond – maar dat ik me afvroeg hoe de wind er eigenlijk uitzag...

De juf gaf me, na enig nadenken, een prachtig antwoord – ik weet het nog steeds. Ze zei heel eerlijk dat ze dat ook niet wist. De wind was – en toen kwam er een moeilijk woord – 'on-zicht-baar'. 'Niemand', zo zei ze, 'weet hoe de wind er uitziet. Maar', zo vervolgde ze, 'ik weet wel dat de wind er is, omdat ik kan zien dat hij aan het werk is... Kijk maar eens naar al die blaadjes die van de bomen vallen!' En met dat antwoord was de kleine kleuter-filosoof, voor dat moment althans, tevreden.

Wat ik nu, als volwassene, zo mooi aan dit antwoord vind, is dat mijn kleuterjuf van toen heel eerlijk toegaf dat ze ook niet wist hoe 'het geheim van de wind' precies in elkaar zat – dat ze alleen maar kon zien dàt hij er was – met andere woorden dat ze, wat dat betreft, evenveel zag en wist als het kind dat naast haar zat.

Misschien bevat deze kleine anekdote ergens wel dezelfde boodschap als het Evangelie: wees niet bang voor wat het leven brengt, voor het leven zelf – het leven dat soms een moeizaam of eenzaam avontuur kan zijn … Kijk onbevangen om je heen – als met de ogen van een kind – en blijf zoeken naar dat ene kleine teken van hoop, hoe bescheiden misschien ook. Dat ene teken dat je – als een zachte bries in je gelaat – laat voelen dat God zijn wereld nog steeds niet losgelaten heeft. Dat zijn Geest nog altijd werkzaam is.

Mooie woorden … Maar waar zijn ze dan, de 'vruchten van de Geest'? Of maken we onszelf maar wat wijs?

Ik zie Gods Geest aan het werk in elke mens die de moed heeft om tegen de stroom, tegen de on-geest van deze tijd in te roeien. Tegen de geest van 'eigen volk eerst'. Tegen de geest die niet verbindt, maar verdeelt. Tegen de on-geest van de '24-uurs-economie', de afgod van deze tijd waaraan meedogenloos mensen worden opgeofferd. Laat dat geluid – in godsnaam – niet verstommen.

Ik zie Gods Geest aan het werk in al die mensen die zich – met hart en ziel – als vrijwilliger inzetten voor onze geloofs- en parochiegemeenschap. Wat een werk wordt er verzet... Als dat geen vruchten van de Geest zijn!

Maar ook – en met name – ervaar ik Gods aanwezigheid in de kwetsbare en gebroken mens. Vaak aan het bed van een zieke. Als het lichaam niet meer wil, komt het op iets anders aan. Op – laat ik het maar noemen – 'de geest die in je woont'. Soms val ik eenvoudigweg stil – in diep respect – als ik getuige ben van de gelovige moed en de geestkracht van mensen die voelen en weten dat hun levenseinde nadert. Dat zijn momenten waarop ik wel eens denk: ik mag hopen dat het ook mij, als mijn tijd gekomen is, zo gegeven zal zijn... Dat zijn momenten die te groot zijn voor woorden. Momenten waarop ik stilval en zwijg – en alleen maar aanwezig ben. Erop vertrouwend dat Gods Geest ook dan zijn werk doet. In alle stilte.